Fratres ad succurrendum

Fratres ad succurrendum

De broeders die op het einde van hun leven hun toevlucht zochten tot de Tempel
Zoals bij veel middeleeuwse onderwerpen kunnen historische details en interpretaties verschillen naargelang bron of onderzoeker. Deze tekst wil vooral een minder gekende zijde van de Tempelorde op een toegankelijke manier onder de aandacht brengen, vanuit interesse voor geschiedenis en het Tempelierschap.

Wanneer men spreekt over de Tempeliers, denkt men meestal aan strijdende monniken, kruistochten en ridders onder het rode kruis.

Maar de Tempelorde kende naast haar strijdende broeders ook een minder zichtbare wereld van leken, schenkers, dienaren en mensen die zich pas op het einde van hun leven aan de Orde verbonden.

Onder hen bevonden zich de zogenaamde Fratres ad succurrendum. De naam betekent letterlijk: “broeders ter hulp” of “broeders tot zaligheid”.

Een toevlucht aan het einde van het leven

In de middeleeuwen leefde een diep besef van dood, oordeel en zielenheil. Mensen geloofden dat gebed, liefdadigheid en verbondenheid met religieuze instellingen konden bijdragen aan het heil van hun ziel na de dood.

Daarom gebeurde het geregeld dat iemand op oudere leeftijd of tijdens ziekte besloot zich aan een kloosterorde toe te vertrouwen.

Bij de Tempeliers ontstond zo de praktijk van de Fratres ad succurrendum. Een oudere persoon schonk zijn bezittingen volledig of gedeeltelijk aan de Tempelorde en kreeg in ruil toestemming om de rest van zijn leven in een Tempelhuis of commanderij door te brengen.

Geen volwaardige ridder-monniken

De Fratres ad succurrendum waren doorgaans geen actieve strijders. Zij legden meestal ook niet dezelfde volledige geloften af als de geprofeste Tempelbroeders.

Het ging eerder om een geestelijke verbondenheid met de Orde dan om een volledig religieus leven volgens de strenge Tempelregel.

Toch beschouwde men deze opname als iets zeer waardevols. Men geloofde immers dat de gebeden van de Tempeliers en hun verbondenheid met de verdediging van het Heilige Land een bijzondere geestelijke betekenis hadden.

Begraven onder bescherming van de Tempel

Voor velen was ook de begrafenis van groot belang. Wie als Frater ad succurrendum verbonden was aan de Tempelorde, kon vaak begraven worden op Tempeliersgrond of binnen een commanderij.

In de middeleeuwse gedachtewereld was dat een groot voorrecht. Men geloofde dat begraven worden nabij een religieuze gemeenschap bescherming en voortdurende gebeden voor de ziel betekende.

Dat verklaart waarom sommige mensen aanzienlijke schenkingen deden aan religieuze orden in ruil voor opname, verzorging en begrafenisrechten.

Een andere kant van de Tempel

De Fratres ad succurrendum tonen een minder bekende zijde van de Tempeliers. De Orde was niet enkel een militaire macht, maar ook een religieuze gemeenschap die verbonden was met het dagelijkse leven van de middeleeuwse maatschappij.

Niet iedereen die zich tot de Tempel aangetrokken voelde, trok met het zwaard naar het Heilige Land.

Sommigen zochten iets anders: rust, bescherming, gebed, vergeving, of hoop op vrede aan het einde van hun leven.

“Niet als krijgers van de laatste strijd,
maar als mensen die in de schaduw van de Tempel hoopten hun laatste rustplaats dichter bij God te vinden.”
Bronvermelding 
Krijgers voor God – De orde van de Tempeliers in de Lage Landen (1120-1312) — Michel Nuyttens
The New Knighthood: A History of the Order of the Temple — Malcolm Barber
Vie et mort de l’ordre du Temple — Alain Demurger
The Knights Templar: A New History — Helen Nicholson
The Templars — Piers Paul Read

Disclaimer 
Dit artikel is het resultaat van eigen opzoekwerk en interpretatie van historische bronnen. Bepaalde visies of details kunnen verschillen van andere meningen, onderzoekers of historische interpretaties. De afbeeldingen dienen ter illustratie; ondanks de zorg voor historische sfeer en authenticiteit kunnen zij afwijken van de historische werkelijkheid.
Pascal Bonboire

Reacties

Populaire posts