Omne Datum Optimum
Omne Datum Optimum
De geboorteakte van de macht van de Tempeliers
Op 29 maart 1139 werd in Rome een document bezegeld dat de geschiedenis van de Tempeliers voorgoed zou veranderen. Wat op het eerste gezicht slechts een pauselijke bul leek, groeide uit tot een van de belangrijkste juridische en religieuze documenten van de middeleeuwen. De bul, uitgevaardigd door paus Innocentius II, droeg de titel Omne Datum Optimum en legde de basis voor de uitzonderlijke positie die de Orde van de Arme Ridders van Christus en van de Tempel van Salomo zou innemen binnen de christelijke wereld.
De naam Omne Datum Optimum is ontleend aan de Brief van Jakobus: "Omne datum optimum et omne donum perfectum desursum est descendens", oftewel: "Elke goede gave en elk volmaakt geschenk komt van boven." De keuze van deze woorden was veelzeggend. De paus presenteerde de verleende voorrechten als een geestelijke ondersteuning van een orde die haar leven in dienst stelde van God en de verdediging van het Heilige Land.
Een jonge orde met grote ambities
Toen de Tempeliers werden opgericht, vormden zij slechts een kleine gemeenschap van ridder-monniken. Hun opdracht was het beschermen van pelgrims op de gevaarlijke wegen naar Jeruzalem. Zij legden geloften van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid af, maar namen tegelijk de wapens op in dienst van het christendom.
Na de erkenning tijdens het Concilie van Troyes in 1129 begon de orde snel te groeien. Edelen uit heel Europa schonken landgoederen, hoeven, bossen en geld aan de Tempeliers. Hierdoor ontstond een uitgebreid netwerk van commanderieën dat de militaire activiteiten in het Oosten ondersteunde.
Die groei bracht echter nieuwe uitdagingen met zich mee. Plaatselijke bisschoppen wilden toezicht houden op de orde, wereldlijke heren eisten belastingen en sommige vorsten probeerden invloed uit te oefenen op de bezittingen van de Tempeliers. Zonder pauselijke bescherming dreigde hun onafhankelijkheid verloren te gaan.
Robert de Craon en Bernardus van Clairvaux
Onder grootmeester Robert de Craon ontwikkelde de Tempelorde zich tot een professioneel bestuurde organisatie. Hij begreep dat een rechtstreekse band met Rome noodzakelijk was om de toekomst van de orde veilig te stellen.
Een cruciale bondgenoot was Bernardus van Clairvaux. Deze invloedrijke cisterciënzer abt verdedigde de Tempeliers met overtuiging en zag in hen een nieuwe vorm van christelijke ridderlijkheid: monniken die baden én vochten in dienst van God. Zijn gezag binnen de Kerk speelde een belangrijke rol bij de pauselijke steun voor de orde.
De privileges van Omne Datum Optimum
Met de bul van 29 maart 1139 plaatste paus Innocentius II de Tempeliers rechtstreeks onder pauselijke bescherming. Voortaan waren zij in hoofdzaak verantwoording verschuldigd aan de paus en niet aan de plaatselijke kerkelijke hiërarchie.
Hun commanderieën, kerken, landgoederen en schenkingen werden beschermd. Daarnaast genoten zij vrijstellingen van bepaalde belastingen en kerkelijke lasten, mochten zij eigen kapelaans benoemen en kregen zij toestemming om middelen rechtstreeks in te zetten voor hun religieuze en militaire opdracht.
De paus bevestigde bovendien dat goederen die tijdens de strijd tegen de vijanden van het christendom werden buitgemaakt aan de orde mochten toevallen. Ook kregen de Tempeliers toestemming om collectes te organiseren ten voordele van hun missie.
In dezelfde periode groeide het rode kruis op de witte mantel uit tot het officiële herkenningsteken van de Tempeliers en werd het een van de bekendste symbolen van de middeleeuwen.
Wrijving met de lokale geestelijkheid
Niet iedereen keek met enthousiasme naar de uitzonderlijke rechten die de Tempeliers kregen. Vooral veel plaatselijke bisschoppen en geestelijken hadden moeite met hun bevoorrechte positie. Doordat de orde rechtstreeks onder de paus viel, verloren zij een deel van hun traditionele gezag en inkomsten.
De Tempeliers mochten eigen kapelaans aanstellen en genoten bescherming over hun bezittingen. Met de latere pauselijke bullen Milites Templi en Militia Dei kregen zij bovendien toestemming om eigen kerken en begraafplaatsen te bezitten. Hierdoor vloeiden bepaalde inkomsten niet langer naar de plaatselijke Kerk, wat op verschillende plaatsen tot spanningen en juridische conflicten leidde.
Ironisch genoeg maakte juist deze pauselijke bescherming de Tempeliers sterk, maar zorgde zij tegelijkertijd voor jaloezie en weerstand binnen delen van de geestelijkheid.
De vervolgbullen
Omne Datum Optimum was slechts het begin. In 1144 volgde de bul Milites Templi en in 1145 de bul Militia Dei. Samen verleenden deze documenten de Tempeliers nog meer autonomie, waaronder het recht om eigen kerken te bouwen, hun doden op eigen begraafplaatsen te begraven en zich verder te onttrekken aan plaatselijke kerkelijke controle.
Conclusie
Omne Datum Optimum was veel meer dan een pauselijke bul. Zij vormde de juridische basis voor de onafhankelijkheid, bescherming en groei van de Tempeliers en maakte van een kleine gemeenschap van ridder-monniken een internationale organisatie met ongekende invloed.
Tegelijk legde zij de kiem voor spanningen met plaatselijke bisschoppen en geestelijken, die hun invloed zagen afnemen. Juist daarom wordt deze bul terecht beschouwd als de geboorteakte van de macht van de Tempeliers.
Auteur
Bonboire Pascal – Templars Journal
Disclaimer
Dit artikel is het resultaat van eigen opzoekwerk en interpretatie van historische bronnen. Bepaalde visies of details kunnen verschillen van andere meningen, onderzoekers of historische interpretaties. De afbeeldingen dienen ter illustratie; ondanks de zorg voor historische sfeer en authenticiteit kunnen zij afwijken van de historische werkelijkheid.
Bronnen en aanbevolen literatuur
Krijgers van God.
Tempeliers der Lage Landen.
Malcolm Barber, The New Knighthood: A History of the Order of the Temple. Cambridge University Press, 1994.
Helen Nicholson, The Knights Templar: A New History. Sutton Publishing, 2001.
Alain Demurger, The Last Templar: The Tragedy of Jacques de Molay. Profile Books, 2004.
Judith Upton-Ward (red.), The Rule of the Templars. Boydell Press, 1992.
Malcolm Barber & Keith Bate (red.), The Templars: Selected Sources. Manchester University Press, 2002.
Opmerking van de auteur
Veel artikelen van Templars Journal worden gebruikt als inspiratiebron of overgenomen door derden. Dat is een mooi compliment. Historisch onderzoek vraagt echter tijd, toewijding en kritische studie van bronnen. Bronvermelding naar Bonboire Pascal – Templars Journal wordt daarom bijzonder gewaardeerd.
Reacties
Een reactie posten