het bezit van een tempelier

Wat mocht een tempelier bezitten?

Door Bonboire Pascal – Templars Journal

Wanneer men aan de tempeliers denkt, ziet men vaak geharnaste ridders op krachtige paarden voor zich, strijdend onder het rode kruis van de Orde. Toch waren de tempeliers niet zomaar ridders. Zij waren tegelijk monnik én krijger. Zoals iedere kloosterorde leefden zij volgens strikte regels die bepaalden wat zij wel en niet mochten bezitten.

Een veelgehoorde misvatting is dat een tempelier helemaal niets mocht bezitten. Dat klopt niet helemaal. Een tempelier legde weliswaar een gelofte van armoede af, maar dat betekende niet dat hij zonder persoonlijke bezittingen leefde. De Regel van de Orde bepaalde nauwkeurig welke voorwerpen noodzakelijk waren voor zijn taak en dus mochten worden gebruikt.

Het belangrijkste verschil met gewone edelen was dat een tempelier geen eigenaar was van zijn bezittingen. Alles behoorde juridisch toe aan de Orde. De broeder mocht de voorwerpen gebruiken zolang hij deel uitmaakte van de gemeenschap, maar hij kon ze niet verkopen, schenken of nalaten.


De kleding van een tempelier

De statuten beschrijven nauwkeurig welke kleding een tempelier mocht dragen.

  • Twee hemden
  • Twee paar onderbroeken
  • Twee paar kousen
  • Twee paar schoenen
  • Een mantel
  • Een tuniek
  • Een pels voor de winter
  • Een kap of hoofddeksel
  • Een gordel

De beroemde witte mantel was voorbehouden aan ridderbroeders. Het wit stond symbool voor zuiverheid en kuisheid. Sergeanten droegen doorgaans een zwarte of bruine mantel.

Op de kleding verscheen het rode kruis, dat herinnerde aan de bereidheid het eigen bloed te vergieten voor Christus en de verdediging van het geloof.


De wapens en militaire uitrusting

Omdat de tempeliers in de eerste plaats een militaire orde waren, mochten zij beschikken over een indrukwekkende uitrusting.

  • Een maliënkolder
  • Beenbeschermers
  • Een helm
  • Een schild
  • Een lans
  • Een zwaard
  • Een wapenrok
  • Drie messen

Voor een moderne lezer lijkt dat een aanzienlijke hoeveelheid materiaal, maar voor een ridder uit de twaalfde en dertiende eeuw was dit de noodzakelijke standaarduitrusting om te kunnen vechten en overleven.

De kwaliteit van de uitrusting werd nauwlettend gecontroleerd. Luxe, versieringen of overdreven pracht waren niet toegestaan. De tempelier moest efficiënt en functioneel uitgerust zijn, niet pronken met rijkdom.


Het paard: het kostbaarste bezit

Geen enkel onderdeel van de uitrusting was zo belangrijk als het paard.

In de middeleeuwse samenleving stond het paard symbool voor macht, adel en rijkdom. Een oorlogspaard vertegenwoordigde een enorme waarde.

Afhankelijk van hun rang mochten tempeliers meerdere paarden gebruiken. Hooggeplaatste officieren beschikten vaak over meer paarden dan gewone broeders.

Toch bleven ook deze dieren eigendom van de Orde. De broeder was slechts verantwoordelijk voor hun verzorging en gebruik.

Het beroemde zegel van de tempeliers waarop twee ridders op één paard zitten, wordt vaak geïnterpreteerd als een verwijzing naar de armoede van de eerste broeders, al bestaan daar verschillende verklaringen voor.


De bonniter: de strijdpaternoster van de tempelier

Naast zijn kleding, wapens en dagelijkse benodigdheden bezat een tempelier vaak ook een voorwerp met een diepe geestelijke betekenis: de bonniter.

Een bonniter was een eenvoudige strijdpaternoster, meestal bestaande uit tien knopen of bolletjes aan een koord. Dit gebedssnoer diende als hulpmiddel bij het bidden van paternosters en andere gebeden.

De bonniter herinnerde de tempelier eraan dat hij niet enkel krijger was, maar ook monnik. Zelfs tijdens veldtochten en lange reizen bleef het gebed een wezenlijk onderdeel van zijn leven.

Hoewel de tempeliers geen persoonlijke rijkdom mochten bezitten, werd een eenvoudige bonniter beschouwd als een passend hulpmiddel voor hun geestelijke opdracht.

In zekere zin verenigde de bonniter de twee kanten van het tempelier-zijn: de ridder die het zwaard droeg en de monnik die bad.


Beddengoed en persoonlijke spullen

Zelfs tijdens rust bleef eenvoud de norm.

  • Een strozak
  • Een laken
  • Twee dekens
  • Een geweven doek
  • Een klein tapijtje

Opvallend is dat de regels expliciet vermelden dat luxueuze matrassen slechts uitzonderlijk waren toegestaan.

Bij het slapengaan hielden tempeliers hun onderkleding aan. Dit had zowel praktische als morele redenen.


Reizen en dagelijkse benodigdheden

Tijdens verplaatsingen beschikten tempeliers over een verrassend uitgebreide reisuitrusting.

  • Zakken voor kleding en beddengoed
  • Tassen voor persoonlijke benodigdheden
  • Kookgerei
  • Drinkbekers
  • Flessen
  • Een kom en lepel
  • Een bijl
  • Een grote vijl
  • Een broodmes

Dit toont hoe zelfstandig een tempelier moest kunnen functioneren, zelfs tijdens lange militaire campagnes.


Wat mocht een tempelier niet bezitten?

De lijst van verboden was minstens even belangrijk als die van toegestane bezittingen.

Verboden waren onder meer persoonlijk geld, verborgen eigendommen, luxevoorwerpen, kostbare juwelen, ongeoorloofde geschenken en privébezit buiten medeweten van de Orde.

Wie bezittingen achterhield of zichzelf verrijkte, kon zwaar worden gestraft.


Armoede, maar geen ellende

De gelofte van armoede betekende niet dat tempeliers leefden als bedelaars.

De Orde bezat landerijen, kastelen, boerderijen, molens en commanderieën verspreid over Europa en het Heilige Land. Die rijkdom diende echter niet om individuele broeders te verrijken, maar om de missie van de Orde te ondersteunen.

Een tempelier kon daarom persoonlijk arm zijn, terwijl hij deel uitmaakte van een van de machtigste organisaties van zijn tijd.


Besluit

De tempeliers leefden volgens een opmerkelijk evenwicht. Zij verwierpen persoonlijk bezit, maar beschikten over alles wat nodig was om hun taak uit te voeren. Hun kleding, wapens, paarden en uitrusting waren geen persoonlijke eigendommen, maar instrumenten ten dienste van God en de Orde.

Juist daarin lag de kern van het tempelier-zijn: niet bezitten om zichzelf te verrijken, maar gebruiken wat nodig was om een hoger doel te dienen.


Bronnen

  • De Regel van de Tempeliers (La Règle du Temple)
  • Malcolm Barber – The New Knighthood
  • Alain Demurger – Vie et Mort de l'Ordre du Temple
  • Helen Nicholson – The Knights Templar: A New History

Opmerking van de auteur

Veel artikelen van Templars Journal worden gebruikt als inspiratiebron of overgenomen door derden. Bronvermelding naar Bonboire Pascal – Templars Journal wordt gewaardeerd. Geschiedenis behoort aan iedereen toe, maar degelijk onderzoek vraagt tijd, inzet en passie.

Disclaimer

Dit artikel is het resultaat van eigen opzoekwerk en interpretatie van historische bronnen. Bepaalde visies of details kunnen verschillen van andere meningen, onderzoekers of historische interpretaties. De afbeeldingen dienen ter illustratie.


Bonboire Pascal
Templars Journal

Reacties

Populaire posts